ICT en technische missie Kibangu sept 2011

Technische missie met Jan en Hugo 9/2011

Hugo Priemen en Jan Stevens gaan aan de slag in Kibangu om er in de nieuwe school internet te installeren. Hier onder het relaas van hun missie Verslag Jan, foto’s Hugo.

Kikwit verwacht ons voor de vijfde keer.

Zaventem > Ndjili

Zaterdag 16 september 2011 staan we om 12 u al in Zaventem. Dank zij Dirk zijn we er vlot geraakt met onze zware koffers. Wij sleuren heel wat kilos mee, ieder 46 kg, want de voedselvoorziening is er eerder eenzijdig. We hebben bovendien nog wat gereedschap bij en dat weegt door. Deze keer vliegen we met Royal Air Maroc want zij bieden de beste prijs/kwaliteit verhouding en wij trachten te letten op de centen van de weldoeners. Het neemt wel enkele extra uren in beslag. Het uurverschil tussen Brussel – Casablanca en Kinshasa zit er ook nog tussen.Wij landen goed en veilig op Ndjili, de luchthaven van Kinshasa. Het is 4u30 in de morgen en er valt een zachte regen als welkom wanneer wij uitstappen. Een goed voorteken ! Als we onze valiezen hebben moeten we door de douanecontrole maar een briefje van 5 $ doet wonderen. Chauffeur Abdon, uit  Totshi staat achter de tralies en het glas te zwaaien. Hij is vergezeld van Zr Micheline die ons beslist naar de wagen loodst tussen de plassen water door. De weg naar de stad ligt er nog verlaten bij maar de chauffeur moet letten op de verraderlijke putten in het wegdek. De chinezen zijn nog niet tot hier geraakt alhoewel ze goed vooruit gaan. In de avenue Wenge 16 wacht ons een bed waar we dankbaar gebruik van maken.

Kin by night

We moeten hier een dag wachten op Fernand en Eric die ’s avonds aankomen en ons zullen vergezellen naar Kikwit waar zij een andere opdracht hebben : nascholing van directies en leerkrachten. Ondertussen doen we een flinke wandeling om naar de parochiekerk te gaan. Daar is er een Eucharistieviering om 11 u in het Frans en Latijn. Persoonlijk hoorde ik liever de 9 u mis maar dat was iets te vroeg na de nachtvlucht. Er werden blaadjes uitgedeeld met een tekst van de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede toegespitst op de Kongolese binnenlandse situatie. De tekst windt er geen doekjes om en stelt zeer pertinente vragen. De aanwezigen worden gevraagd erover na te denken en hun besluiten in daden om te zetten bij de volgende verkiezingen.

‘s Avonds gaan Hugo en ik nog even naar buiten om ergens een koele pint te drinken. Op 5 minuten lopen is er een bar onder een grote boom. De muziek staat er te luid maar wordt op onze vraag gedempt. De Primus smaakt en de prijs is redelijk: 1600 FrC = 1,5 Euro voor 72 cl. Als we terug komen in huis is het nog te warm om binnen te zitten. We zetten ons buiten in een zetel en wachten op Fernand en Eric. Het stadslawaai is geroezemoes geworden. Het verkeer vermindert en de muziek eveneens. Na hun aankomst praten we nog even over de reis en maken afspraken met de chauffeur om ’s morgens tijdig uit de stad te geraken. Tegen 6u30 moet iedereen paraat staan.

Op weg naar Kikwit : 500 km nieuwe asfaltweg voor de boeg.

Met vier op de achterbank is er een teveel om comfortabel te reizen. Er moet dus regelmatig gestopt worden. Wij zijn echter redelijk goed uit de mierennest van derdehands voertuigen geraakt. Fernand laat op mijn vraag Hugo vooraan zitten want Hugo’s knie gaf reeds alarmsignalen. Onderweg moet Eric aan de chauffeur verbieden nog voorbij de steken op de top van een helling waar je geen zicht hebt op tegenliggers. Een broussechauffeur kent de gevaren van asfalt en hoge snelheid niet. Een andere stuurfout is het uit versnelling zetten als het bergaf gaat. Hij moet dan bijna voortdurend de remmen gebruiken, waarschijnlijk om brandstof te besparen. Veiligheid staat niet vooraan in zijn chauffeurswijsheid. Onderweg zien we meer stilstaande auto’s en vrachtwagens met pech dan rijdende. In de buurt van Masi-Manimba zien we een busje in de berm dat erg toegetakeld is na een buiteling. Nadien horen we dat een zuster Annunciate van Kikwit in het busje zat. Ze is al enkele dagen in het lokale hospitaal maar heeft geen breuken opgelopen, alleen maar veel kneuzingen.

Kikwit  … eindelijk !

Na 10 u gewrongen zitten in de jeep zijn we blij de Avenue Tabora in te draaien. Avenue is een groot woord voor de aardeweg die geleden heeft onder de erosie door regen. Wij rijden het erf van het provinciaal huis binnen. We ontmoeten er enkele bekende gezichten die ons hartelijk welkom heten met “Mbote mingi”. We merken ook de grote vrachtwagen die gisteren in Kinshasa vertrok volgeladen met batterijen, zonnepanelen, computers en gerief dat wij in Kibangu moeten installeren. We gaan direct kijken naar de kast die Hugo klaarmaakte samen met het zonnepaneel en batterij. Allemaal bestemd voor Totshi maar eerst moet dat materiaal mee naar Kibangu om er ons van enige stroom te voorzien voor de opbouw van de installatie. Wij laten Fernand en Eric in Kikwit achter. Abdon brengt ons naar Kibangu, een buitenwijk van Kikwit. Daar zien we Zr Aimée en Zr Josephine terug die ons in 2009 in Kimbongo onthaald hebben. Zij stellen ons voor aan Zr Adèle, de overste. Zij zal ons de volgende dagen goed begeleiden. Er wordt ons een gemeenschappelijke kamer toegewezen wegens overbevolking van het klooster. Men leeft er met 15 zusters. Gelukkig heeft ons kamer een douche.
Hugo begint al uit te pakken maar ik vind het nog te warm en stel dat uit. Morgen kunnen we echt aan het werk.

Kibangu

In Kibangu – een buitenwijk van Kikwit,- is er een jonge vestiging van de Zusters Annuntiaten. Ongeveer 6 jaar geleden deed zich de gelegenheid voor om er een perceel te kopen. Destijds was dat eigendom van een dokter, nu politicus en burgemeester van Kikwit. Hij had er een eigen dispensarium met kraamafdeling gevestigd. Allemaal nogal rudimentair maar zeker goed om zich populair te maken bij de lokale mensen. Hij vroeg aan de zusters om dat werk verder te zetten. Zij zijn er dan met 4 zusters begonnen. Er was toen wel stromend water, opgepompt uit een bron op 400 m afstand.

Lagere school

De zusters hebben er niet stilgezeten en startten er een lagere school. Die barstte al snel uit haar voegen zodat er een tweede vleugel nodig was. Men verwacht er dit jaar kort bij de 500 leerlingen te bereiken. Wij treffen er een bekende aan als directrice: Zr Josephine die voorheen de lagere school van Kimbongo leidde (2009). Ondertussen was men in Heverlee gestart met een project voor een middelbare school. De bouw van die secundaire school moest in verschillende fazen gebeuren, kwestie van de nodige financiële middelen los te weken bij andere grote hulporganisaties zoals Misereor(Duitsland). De eerste fase, 11 ruime klassen, werd beëindigd in 2009 zodat in september de school kon verhuizen uit Kikwit-Centrum naar haar definitieve plaats in Kibangu in mooie nieuwe gebouwen. Door de uitbreiding van de wijken in de buurt en door de goede faam van de scholen der Annuntiaten was ook dit gebouw al snel te klein. De tweede vleugel moest dringend aangevat worden. De Kongolese firma Samcon, geleid door een Limburger, had goed werk geleverd en er werd een nieuwe overeenkomst gemaakt voor de uitbreiding met een tweede vleugel van acht klassen. Maar zelfs dat bleek nu al niet meer voldoende. Er komen leerlingen van alle windstreken, zelfs van Kinshasa, 500 km, wat soms tot taalproblemen leidt. In Kinshasa spreekt men vooral Lingala maar in Kikwit is Kikongo de voertaal. In Kongo zijn er naast het Frans nog vier nationale talen erkend, Lingala, Kikongo, Kiswahili en Tchiluba.

Internaat

Om al die kinderen op te vangen hadden de zusters ook al een internaat voor meisjes gebouwd. Aan dat gebouw zijn er echter enkele kinderziekten maar daar vertel ik later nog over. Ondertussen bieden zich ook jongens aan, nu al een vijftigtal, die er les willen volgen. Men kan ze moeilijk weigeren maar dat schept wel bijkomende problemen. De zusters proberen er met strenge hand alles in goede banen te leiden. Om school en internaat van water te voorzien zijn er vorig jaar ook twee regenwaterreservoirs gebouwd van ieder 50 m3. Zo vangt men twee vliegen in één klap want de grote oppervlakte aan daken zorgde al voor erosie(wegspoelen van de grond) en daar is nu al een deeloplossing voor. Het ging wel om een bijkomende investering van ruim 14.000 Euro.

Twee vrachten sorteren

Wij begonnen ons werk met een bezoek aan de container die wij vorig jaar geplaatst hebben.Het achtergelaten materiaal werd gecontroleerd en geordend. Ondertussen kwam ook de grote vrachtwagen die zondag in Kinshasa vertrokken was, het terrein opgereden. Hij was goed geladen want in Kikwit was er nog een kleine vracht die al in mei verzonden was bijgeladen op de nieuwe zending voor de installatie: zonnepanelen, 12 zware batterijen van ieder 100 kg, kabels, computers maar ook onze kleine werktuigen. Samen meer dan 3.000 kg. Wij deden een eerste verdeling van de pakken. Computers hadden we de eerste dagen niet nodig. Ons gereedschap zat wat verdeeld over verschillende kartons maar tenslotte hebben we al het nodige gevonden. Wie zoekt, die vindt. Gelukkig hadden we van Zr Josephine een ruim lokaal gekregen om alles ordelijk te stapelen. Het ging toch om twee zendingen. De grote vracht kwam gelukkig goedkoop via het Belgisch leger veilig in Kinshasa. Een zonnepaneel dat Hugo al in België voorbereidde voor het internaat van Totshi maar nog niet geinstalleerd was, werd bijgehaald en zorgde al snel voor een beetje elektriciteit. Wil je dat beetje energie ook gebruik;en dan heb je onmiddellijk concurrentie. Iedereen komt met zijn mobieltje en wil dat ook laden. Soms moesten we iedereen buiten zetten om zelf nog te kunnen werken. De hele dag is het vrij warm – 28 – 29 °C en de zon steekt, dus altijd een hoed op. We zijn al blij als het ’s morgens wat frisser is – 23°C. Het eerste werk is de montage van het kader waar de zonnepanelen op vastgehecht moeten worden. Gelukkig hebben we een kleine boormachine op batterijen want we moeten gaten boren in het stalen kader van de container. Een oud handboor helpt ons verder als er al voorgeboord is met 3,5 of 4 mm. Dit toestel is echter niet erg populair alhoewel de batterij nooit leeg kan zijn. Hugo moet het wat rustiger doen want “tourista” dreigt. Gelukkig heeft hij in Bavon een goede helper gevonden. Hij is een Kongolees uit Kikwit, kent wat van elektriciteit en is niet bang zelf de handen uit de mouwen te steken.
De greppels voor de kabels naar de secundaire school, het internaat en de lagere school worden intussen ook al gegraven. Het is eigenlijk vrij gemakkelijk in die zandgrond. Toch slagen onze helpers erin om een PVC waterleiding te beschadigen die ze eigenlijk weten liggen want ze hebben daar ook aan geholpen. Die buizen liggen wel erg ondiep, 20 cm want het vriest er toch niet. Onze kabels leggen we liever veilig op 50 cm diepte. Dat voorkomt diefstal. Koperdraad is immers zeer geliefd bij stropers. Donderdag worden we gewekt met regen en dat blijft duren tot de middag. Er zijn geen helpers komen opdagen, zelfs Bavon niet. Hij laat wel weten dat hij nog naar een vergadering moest en komt toch na de middag. Het voordeel is dat we ongehinderd en rustig in de container kunnen doorwerken. Na het ontbijt bleef ik wat napraten met pastoor Guy van de parochie Isingu. Hij is ook godsdienstleraar in de school en verzorgt twee maal per week de Eucharistieviering voor de zusters – dinsdag en donderdag. Hij is juist voor de regen met de moto gekomen en kan of durft niet door de regen over de gevaarlijke en gladde wegen terug rijden. In zijn parochie is er ook een middelbare school met een afdeling landbouw. Zij hebben er zelfs verbeterde varieteiten van maniok, kweken er allerlei bomen voor de herbebossing en hebben zelfs drie vijvers waar men vis kweekt. Isingu zou ik een volgende keer graag bezoeken. Ondanks de regen van ’s morgens blijft het de hele dag erg warm en toch werken we verder. De kabels worden afgerold in de greppels en zo komt er wat meer plaats in ons magazijn. Dirk Hoornaert heeft ons goed van de nodige leidingen en toebehoren voorzien. Intussen is ook de container binnen afgewerkt want er moesten nog kabellussen in de bovenplinten verstopt worden. ’s Avonds proeven we onder een blinkende sterrenhemel en de wuivende palmen van de palmwijn(malafu in het Kikongo) die ons door de nachtwaker bezorgd werd. Zaterdagmorgen kunnen we de zonnepanelen vastzetten op het kader boven de container. Ook de batterijen krijgen dan hun definitieve plaats onder het elektrisch paneel dat Hugo en Bavon afgewerkt hebben. Werk om fier over te zijn. Na de middag komen Fernand, voorzitter van BoA en Erik, die samen een vormingssessie leiden in Kikwit, bij ons op bezoek. Ze kijken wat verwonderd op als ze zien dat ons werk zo goed opgeschoten is. ’s Avonds is er opnieuw tropische regen om 21u30 en dat duurt tot 4 u in de morgen.

Rustdag.

Op zondag doen we het rustig aan. De meeste zusters zijn naar de H. Mis in de parochie op een klein uurtje lopen. De andere zusters moeten zich zelfs op zondag aanbieden om ergens een duimafdruk te zetten. Zo worden ze geregistreerd als leerkracht. Ze zijn er al sinds donderdag mee bezig. Maar de staking van de leerkrachten blijft duren, nu al zes weken. Reden: de achterstallige betalingen van de lonen. Sinds mei hebben ze geen cent meer ontvangen van hun officieel salaris = ongeveer 25 dollar/maand. Indien de leerkrachten alleen van hun officieel loon moesten leven dan zouden er niet veel overblijven. Daarom voorzien de zusters in een bijkomende betaling waarvoor ook de ouders een bijdrage moeten leveren. Op sommige plaatsen krijgen ze ook een lapje grond om er iets op te telen.

Nieuwe werkkracht komt ons vervoegen.

In de namiddag komt Zr Patience aan uit Kinshasa. Zij studeert electro-mechanica maar kan daar haar theoretische kennis niet in de praktijk omzetten omdat men er geen materiaal heeft. Zij komt ons vervoegen om praktijkervaring in elektriciteit op te doen. Zij heeft haar kleine werktuigen bij want dat is een schat voor haar. Morgen om 8 u zal ze ons beginnen te helpen en zullen we haar allerlei moeten uitleggen. Het is een nieuwsgierige vraagstaart en dat is een voordeel. ’s Morgens is ze op tijd bij ons maar ik moet haar terugsturen want ze heeft nog geen werkkledij aan. Ook zij zal op de ladder moeten werken Hugo werkt nog aan het grote paneel en moet ondertussen antwoorden op de vele goede vragen van Zr Patience. Ze bewijst dat ze er wat van kent en ook begrijpt wat er gebeurd. Zij mag soms haar multimeter gebruiken en leert hoe de installatie in elkaar zit en werkt. Elektriciteit heeft iets geheimzinnig want men ziet het niet en als men het voelt kan het fataal zijn. De multimeter laat haar toe sommige aspecten precies te meten.

Vodanet en Internet.

Wij hebben ook Patrick Kikungu van Vodanet getelefoneerd want hij weet dat wij er zijn en moet de internetaansluiting komen realiseren. Dit is nu niet via een paraboolantenne en satelliet maar via een digitaal signaal via een telefoonmast in de buurt. Zr Claudine, de lerares kleding werkt onder een grote boom met haar draagbare naaimachine, niet elektrisch maar met de hand aangedreven. Hugo maakt er enkele goede foto’s van.Het is al dinsdag en we horen niets van Patrick of Vodanet. Zr Dorine, de schooldirectrice heeft geen belkrediet meer op haar GSM en kan dus niet bellen . . . ?
Maar ook een zak cement kan voor problemen zorgen. Na veel palaver is het na anderhalf uur toch opgelost. Er werd intussen wel verder gewerkt. Het kantoor van Zr Dorine heeft nu ook stroom en voldoende stopcontacten. De klas ernaast is ook bijna zover. Zr Patience en Bavon werken goed door.Van Vodanet horen we nog altijd niets. Klantenservice is niet hun sterke kant.Woensdagmorgen beginnen we weer met een flinke regenbui. Op de tijd dat wij ons ontbijt nemen is een ton van 200 liter gevuld met regenwater hoewel er geen goot hangt.Patrick Kikungu verschijnt toch op het toneel. Weer een probleem want men kan niet op het dak werken als het nat is. Ondanks de regen en de wind is er geen water te bespeuren in de klassen. Zou de regen wel echt binnenwaaien? Het zal soms wel harder regenen en feller waaien. De claustra’s die voor licht en lucht zorgen zijn open zodat de wind vrij spel heeft. Tot nog toe hebben wij echter geen water gezien in de klassen.

Terug naar Totshi

Wij hebben ’s middag onze valiezen klaar gemaakt om naar Totshi te vertrekken. Het is echter 17u20 eer we kunnen starten. Volgens Abdon, de chauffeur, zouden we er op 2 u kunnen zijn, misschien 2u30’. Het is echter 21u50 eer we in Totshi het kloostererf oprijden. Gelukkig ligt er in de buurt van Gungu een nieuwe brug over de Kwilurivier. Via de overzetboot is het nog een uur langer rijden. In deze streek is er vrij grote ananasproductie. Het zijn echt kanjers. Wij kochten er elk voor 2000 FrC.

Totshi ligt op 620 m hoogte en er zijn daar acht zusters in het klooster. Wij installeren ons in de vertrouwde kamers. Het is er merkelijk frisser dan in Kibangu. Na een goede nachtrust en een ontbijt zijn we klaar voor onze tweede opdracht: licht brengen in de 4 slaapzalen. De door Hugo thuis voorbereidde installatie wordt op haar plaats gebracht en goed geaard. Maar om 10 u moeten we met Zr Evelien terug naar Gungu om ons te melden bij de DGM – Migratiedienst. Zij houden lijsten bij van de bewegingen in de streek. Waarom ? Daarom ! De nieuwe bediende vraagt ons geen fooi. Is het omdat Zr Evelien ons escorteert ? Daarna worden we getrakteerd op een lekkere en koele Primus bij Mme Gizenga, de vrouw van een welbekende politicus uit de streek. Hij was vroeger verscheidene maal minister, zelfs ooit Eerste Minister.
Om 15 u zijn we terug in Totshi en kunnen we verder werken. We hebben veel kabel nodig om al de lampen te verbinden. De slaapzalen zijn ver uit elkaar gebouwd.

UTP-kabel als stroomleiding 220 V.

In de laatste zaal zien we een UTP-kabel aan een lamp hangen. Hij komt uit de kapel en is ruim 80 m lang. UTP-kabel dient voor computernetwerken. In de kapel zien we dat er een kortsluiting is geweest. Niet te verwonderen want de buis met kabel was doorboord met een nagel om hem vast te maken aan een vensterraam. Gelukkig is er geen brand ontstaan maar de stroomomvormer was wel verbrand. Op vrijdagavond zijn er al drie lampen die branden. Het is ook een beetje feest. Zr Solange verjaart vandaag dus wordt er gedanst en gezongen aan haar kamerdeur. Plots is er echter ook wat paniek. Iemand meldt dat er een leraar plots gestorven is in Pembe, een naburig dorp. Leven en dood liggen hier dichter bij elkaar.
Zaterdagmorgen heb ik serieus last van “tourista” en ik waarschuw Hugo dat ik wat blijf rusten. Om 9 u komt Zr Evelien me zeggen dat zij wil dat ik een dokter moet gaan raadplegen in Gungu. Na een vervelende rit en een langdurige ondervraging besluit de dokter dat het niet erg is. Mijn lichaam heeft gereageerd op een onbekende oorzaak. Ik krijg wat pillen en mag direct wat gaan eten. Daarom gaan we aan de rand van Gungu bij een Spaanse zuster. Na het eten haal ik mijn beste Spaans boven en we hebben een aangenaam gesprek en ik voel met al veel beter. Ook de zuster was zeer tevreden dat ze nog eens Spaans kon spreken. Ondertussen was Hugo echter alleen want iedereen was blijkbaar naar de begrafenis van de leraar. Gelukkig wist hij waar de ananas gelegd was en kon hij toch iets eten.

Totshi

Hugo heeft in Totshi de laatste lampen alleen geplaatst. Dat de zusters vergeten waren voor zijn middageten te zorgen zullen we maar toeschrijven aan een samenloop van omstandigheden. De manier waarop alle technische tegenslag op de bliksem gestoken wordt is echter niet aanvaardbaar. Onverantwoord klussen aan de elektrische installatie kost steeds weer veel geld. Maar zij zijn dan niet verantwoordelijk en betalen ook niet. Blik op Afrika moet dat maar oplossen. Betere afspraken zullen in de nabije toekomst zeker nodig zijn.

Terug naar Kibangu

Op zondagmorgen vertrekken we terug richting Kibangu. De afspraak om 9 u verschuift naar 9u47 maar om 10u43 zijn we dan toch in Gungu. Weer een halte op de markt voor kleine boodschappen. Wij kopen ieder een rol tabak. Om 11u05 vertrekken we eindelijk richting Kikwit. Op de asfaltweg stoppen we nog even voor de aankoop van ananas. Wij kopen de drie dikste voor 2.000 frC/stuk = bijna 2 Euro. Na een rit van 2u30 zijn we terug in Kibangu. Wij installeren ons weer in de gastenkamer.. Daarna genieten we nog wat van de zondag.

Rivier LUANO

Maandagmorgen zet Hugo zich terug aan de PC’s en zorgt ervoor dat er ’s avonds verschillende van die apparaten werken. Het is een hele klus om alles bij elkaar te zoeken en te laten functioneren. Van Vodanet is er nog geen nieuws. Internet blijft dus een probleem.

Ik heb me ’s morgens verzekerd van de diensten van Gilbert. Hij kent voldoende Frans om als gids te dienen. Wij gaan de perceelsgrenzen volgen om zo de benedengrens, de rivier Luano te bereiken. Dat is ook de zuidgrens van het perceel. De grens is vaag afgeboord met om de 50 m een bamboestruik. De buren aan de overkant van de “route vers Kipuka” zijn Theophile Bemba en verder naar beneden Cyriel Kiyungu, parlementslid en burgemeester van Kikwit. Hij heeft beneden aan zijn perceel een dam laten aanleggen op de rivier en er een waterwiel geinstalleerd. Dit is pure natuurkracht en drijft de waterpomp aan die het bronwater 80 m hoog en 2 km ver stuwt. Daar kunnen de mensen goed drinkbaar water komen halen mits een kleine vergoeding. President Jozef Kabila is er ooit op bezoek geweest.
Er staat ook een alternator die elektrische stroom kan opwekken. Pomp en alternator kunnen echter niet gelijktijdig werken. Ik noteer alle gegevens die later nuttig kunnen zijn.

De vallei

Op het snijpunt van de westelijke perceelsgrens en de rivier meet ik de hoogte: 315 m. Ik zie er allerlei stenen en de grond is er leemachtig en laterietrood. Beneden heeft de vallei slechts 15 m breedte. Gilbert trekt mijn aandacht op een kleine bron waar enkele vrouwen hun waterkruiken vullen. Ter hoogte van de voormalige stuw, weggespoeld door een zwaar onweer, is het hoogte niveau 300 m. De rivier is er tussen de 3 en 4 m breed. Daar is de vallei slechts 10 m. Volgens Gilbert is de rivier er 1,20 m diep maar er zijn diepten van 1,50 m. Er is daar ook een goede bron met drinkbaar water dat in een gemetselde tank opgevangen wordt. Om de vijf dagen wordt er water naar de watertoren van de zusters gepompt. Er staat een waterpomp va n het merk DUBA uit Wetteren in België. Het is een ééncilinderpomp aangedreven door een dieselmotor. Gelukkig zijn er ook 2 grote regenwaterputten, ieder 50 m3 gebouwd aan de secundaire school en 3 aan het Medisch Centrum. Met dit water kan men schrobben en wassen zonder het dure drinkwater te moeten aanspreken.
Ik ga voor de derde keer de steile klim omhoog en zie er een prachtige loofboom. Gilbert zegt me dat zij hem in het Kikongo MUSAI noemen. Ik moet in Tervuren eens navragen wat de juiste vertaling is en of ze er de kwaliteiten van kennen. Van die Musaï zouden er meer moeten staan op de helling teneinde de erosie te beperken. Het is hard rood hout. Zaden zijn er echter moeilijk te vinden en jonge boompjes nog minder vanwege het jaarlijks aangestoken broussevuur. Wij stappen nu via de oostzijde naar boven. De buurman/eigenaar is blijkbaar een man van aanzien. Hij is priester en prof in Kinshasa. Als ik vraag naar wat er op die boerderij zoal gekweekt wordt zijn dat vooral: manioc of cassave,maïs, aardnoten of arachide, soja, erwten, bonen en zoete bataten. Die laatste zijn er blijkbaar alleen goed voor de varkens. Op alle percelen staan er nog oude oliepalmbomen. De palmnoten worden nu maar geoogst als ze afvallen. Er is geen handel meer en ook geen industriële verwerking van palmnoten. Sommigen uit de buurt komen ook om sap van de palmbomen af te tappen teneinde er palmwijn (malafu in het Kikongo) van te brouwen. Een bierfles van Primus (75 cl) vol malafu kost 200 frC = 20 eurocent.
Op het middaguur ben ik terug van de stevige wandeling en kan me nog even opfrissen alvorens aan te schuiven voor het middagmaal.

De slaapzalen

Voor de meisjesinternen zijn er drie slaapzalen. De middenstem is echter onbruikbaar daar het water er binnendruipt als het regent. Zuster Dorine vraagt me advies om dit probleem op te lossen. Bij nader onderzoek blijkt de keelgoot tussen de twee daken met nagels doorboord. De zuster doet een dakwerker komen. Dinsdagmorgen is hij al op het appel samen met zijn knechtje. Het duurt even eer hij begrijpt wat er is gebeurd. De golfplaten moeten gedeeltelijk verwijderd worden om de gaten in de keelgoot te kunnen dichten. Er blijken meer dan 30 gaten ter zitten in een plaat van 2 m lengte. Gelukkig heeft Dirk Hoornaert voor voldoende TEC7 gezorgd. Met de hulp van Jerome is de klus snel geklaard.

Patrick Kikungu van Vodanet is eindelijk aangekomen. De toegang tot internet is echter nog een probleem. Woensdagmorgen is er vanaf 5u30 een zachte regen. Iedereen komt te laat op het werk. In de slaapzalen branden de lichten en Hugo krijgt een spontaan en verdiend applaus van de internen. Ook Zr Patience glundert want zij heeft er goed aan meegewerkt. Haar praktijkstage mag een succes genoemd worden. Daarna is het de beurt aan de lagere school om de lampen aan te steken. Zr Josephine heeft opdracht gegeven om ons zingend en dansend te bedanken. Bovendien ontvangen we nog bloemen en een geschenk: ieder een mooi kleurig hemd met Kongolese motieven.

Later gaan we ook naar de secundaire school voor een dankwoord. Zr Dorine, de directrice, en de leerkrachten doen het vrij officieel. Wij doen nog een oproep om de installatie met zorg te gebruiken en goed in orde te houden. Zuster Christine Bwiti wordt er verantwoordelijk voor het materiaal en de werktuigen die we achterlaten. Bij het avondmaal verrast Zuster Adèle, de overste, ons nog met een geschenk van de kloostergemeenschap.

Donderdagmorgen zijn we aan onze laatste uren in Kibangu en Kikwit. Om 7u30 zijn we klaar voor de taxi. Abdon moet ons naar de luchthaven brengen. Om 9u kunnen we eindelijk vertrekken. Zuster Celestine belt onderweg naar KINAVIA om het vliegtuig op ons te laten wachten. Wij komen er aan maar de luchthaven van Kikwit ligt helemaal aan de andere kant van de stad. Op de luchthaven gaat alles nu vlugger, vlotter en zonder fooien. Kinavia vliegt 3 maal per week op Kikwit sinds de nieuwe asfaltweg klaar is. Zij hebben goede tweemotorige vliegtuigen met 19 zitplaatsen. Om 11u15 landen we veilig op Ndolo, de luchthaven voor binnenlandse vluchten van Kinshasa.

Dan hebben we de tijd om na te denken over ons werk. Soms vragen we ons af of het allemaal wel de moeite loont. Maar anderzijds kunnen we er niet onderuit. Willen we dat ze langzaam op eigen benen leren staan dan moeten we hen de middelen bezorgen om niet teveel achterstand op te lopen. Nu hebben de scholen van de Annuntiaten, dank zij de steun van de Belgische weldoeners de troeven in handen om bij de best uitgeruste scholen van de provincie Bandundu te blijven behoren. Zij moeten het nu echter zelf waar maken. BLIK op AFRIKA heeft hun, alvast op technisch gebied heel wat geschonken. Wij blijven erin geloven en wensen vooral de jeugd veel studiegenot en ijver. Zij zijn immers de toekomst van Kongo.

Om 23u zijn wij al op Ndjili om met Royal Air Maroc via Casablanca terug te vliegen naar Brussel. Daar werden we met open armen ontvangen door de voorzitter van Blik op Afrika, Fernand Rochette en door Zuster Guillaumine. Zij zorgden er voor dat we vlot thuis geraakten tot opluchting van onze wederhelften  (Jan Stevens 11/11/2011.)

Het leven in de Jeep

Dat in Congo de wegen in een miserabele toestand verkeren is alom bekend, het maakt reizen tot een ergernis of avontuur al naargelang je ingesteldheid maar het is altijd een beetje op de tanden bijten.

DocZen2011_boa-bandundu-3-2011--351Van Kikwit naar het Zuiden toe bestaat het landschap uit zanderige hoogvlakte doorsneden door rivieren en beken. Op het plateau ploeg je door mul zand, op de hellingen, zeker als het geregend heeft, is het slippen en glijden want de weg ligt er in gladde rode klei.
Het rek op het dak puilt uit, de jeep is vol, eivol, vastgebonden kippen onder de zetels, zakken rijst en cement op het gangpad, vooraan kartonnen dozen met proviand of computers en als het meevalt ook nog een krat Primus, de onmisbare brandstof voor de Mundele. Tussenin de passagiers, wier rol er in zal bestaan met armen en benen cargo en andere passagiers op afstand te houden. Is er een plaatsje vrij, dan wordt er liefst een betalende passagier meegenomen (Gungu-Kikwit, 4 uur rijden, 6$). Het laatste wat ingeladen wordt zijn schoppen en spaden om de jeep terug vrij te spitten als ze vastrijdt. Op verre ritten zijn ze met twee, de chauffeur en de boy-chauffeur. Bompo en Adagu, zo heten ze, ze zijn beiden automechanieker en dat was maar best toen de brandstofpomp kuren kreeg. Bompo rijdt altijd en Adagu wijst de weg in het web van veldwegen, karresporen en door manshoog savannegras zonder wegen als het moet. Bombo rijdt graag snel, hij kan dat want zijn concentratievermogen is fenomenaal. Vaardig loodst hij de overladen jeep over de camionsporen, langs kuilen, sleuven en door bodemloze plassen en dat uren aan een stuk.
Slechts twee keer zijn we vastgereden en slechts twee keer werden we samen met heel de inhoud van de jeep tegen het plafond gekwakt.

Op internaat

De afstanden zijn groot, de wegen slecht en transport mogelijkheden twijfelachtig. Geen wonder dus dat in sommige scholen bijna alle leerlingen internen zijn. De school in Tothsi is er zo eentje. Ze mogen dan wel internen zijn, hun leven speelt zich grotendeels af in open lucht, iets dat ze van thuis uit gewoon zijn. Hun dag begint als het licht wordt en stopt enkele urDocZen2011_congo-083-mars-2011_200en nadat de zon ondergaat want elektrisch licht is er zelfs in de klassen niet. Toen ik eens, naar mijn normen heel vroeg, van onder mijn muskietennet gekropen was en van de frisse ochtendschemering stond te genieten kwamen de leerlingen al in drommen uit de ochtendmis. fris gewassen en in uniform. Velen koken hun potje zelf. Achter de slaapzalen ligt een open loods en daar wordt in late namiddag op houtvuren gekookt. De wit-met-blauwe schooluniformen zijn dan al door een gewoon plunje vervangen en het gaat er ontspannen aan toe. Ze zijn groepswezens en houden zich bezig met gezelschapsspelen, keuvelen, voetballen en zelfs breien, leesboeken zie je niet, leerboeken wel. Heel dikwijls wordt er gezongen, vooral s’avonds als het te donker is om nog veel anders te doen. Het heeft iets dat voor mij het echte Afrika oproept: gezang, dat gedragen door de wind nog net tot bij mij geraakt en als het kan met wat trommelspel tussendoor. Heerlijk om bij in te dommelen. Nogal wat anders dan het gedruis van de E314 dat ook wel eens gedragen door de wind thuis de stilte verstoort.

De cybers

In drie van onze scholen is er geen GSM dekking. Zonder ons internet is er dus in gans de streek geen direct contact met de buitenwereld! De Congolese Post zou nog bestaan maar functioneert al lang niet meer. De cyber – hier spreken se van “le cybèr” – van de school staat ook openDocZen2011_congo-044-mars-2011_200 voor de locale bevolking, wat een fel geapprecieerde dienstverlening is. Fotokopiëren, E-mailen, surfen en administratieve activiteiten, het brengt nog wat geld in de lade ook. Het nadeel is een toevloed van virussen want nogal wat USB-sticks, CD’s en DVD’s waar de gebruikers mee toekomen zijn besmet. Zeer strikte anti-virus procedures verminderen het risico maar elimineren het helaas niet. We hebben tijdens onze inspectieronde door de cybers dan ook flink wat op virussen gejaagd. In Tothsi hadden de omstandigheden in ons nadeel gewerkt. Maanden geleden is er de internetverbinding door een blikseminslag uitgevallen. De bijwerking van de virusscanners lag daarmee ook uit. De cyber werd niet stilgelegd en de virussen bleven komen, ook de nieuwe die door de verouderde scanner niet herkend werden. De ravage was enorm. Op een PC was de virusscanner zelfs helemaal verdwenen. Gevlucht of verorberd? De virusscanning met een bijgewerkte scanner was dan ook een massaslachting.