Missie van Dirk Bogaert / Onderwijs

Na tien jaar werking op het domein van het onderwijs: Een diep gravende reflectie
Dirk Bogaert

Tussen 28/3 en 23/4/2015 ging ik op missie naar Bandundu. Deze zending was een initiatief van de Werkgroep Onderwijs van Blik op Afrika in België (BoA-B). De aanleiding ertoe was een projectvoorstel van onze Congolese partners in Kikwit : René Mikese en zuster Vicky Masamba. Het ging om een “Atelier de réflexion” in alle scholen van de zusters Annuntiaten in Kikwit en het binnenland van Bandundu. Een van de probleemstellingen in dit project was de vraag of het onderwijs de leerlingen wel genoeg wapent tegen de invloeden van de nieuwe media. De opkomst van de mobiele telefonie en het 4G netwerk openen voor jongeren tot in de meest afgelegen gebieden op bruuske wijze de wereld. Ze willen behoren tot die wereld, muziek downloaden en beluisteren, verbonden zijn via sociale netwerken. Dat kost hen geld dat ze vaak niet hebben, sommigen willen ervoor honger lijden, stelen voedsel, … Een dergelijke problematiek kan alleen aangepakt worden via overleg met alle betrokken partners in een school: ouders, directies, leerkrachten en leerlingen. Na overleg tussen de werkgroepen onderwijs in Congo en België werd er beslist dat ik aan het project zou deelnemen. De oorspronkelijke opzet werd verbreed tot een “Atelier de réflexion” over alle moeilijkheden die zich tussen ouders, leerkrachten, directies en leerlingen kunnen afspelen.

Naast deze opzet stelde BoA-B Onderwijs zich vier doelen:
1. Deelnemen aan de reflectiesessies en op die manier de scholen en hun mogelijkheden en problemen beter leren kennen.
2. Samenwerken met de twee vertegenwoordigers van BOA-A, hierdoor elkaar beter leren kennen en inschatten op welke manier we verder kunnen samenwerken.
3. In de negen scholen de resultaten opvolgen van de tot hiertoe geleverde ondersteuning door BoA-B.
4. Een plan van aanpak formuleren op het domein van onderwijs voor de komende twee jaar.

Bij mijn aankomst in Kikwit werden deze doelen samen met de opzet van het project ‘live’ besproken en werkten we een goede strategie uit. De doelstelling was dat de vier partners zoveel mogelijk moeilijkheden zouden formuleren die ze ondervonden bij het spelen van hun rol in het hele onderwijsproject van de school. Ze moesten voorrang geven aan moeilijkheden waar ze zelf de oorzaak van zijn, daarna pas aan de zaken die ze de andere partners verwijten. Voorafgaandelijk werd een inleiding gepland met daarin de probleemstelling, de presentatie van een samenwerkingsmodel in een school en natuurlijk de reflectieopdracht zelf. Na het werken in groepjes zou dan alle input samengebracht en besproken worden. Dit proces zou zich drie keer herhalen: een eerste keer over de moeilijkheden in het begin van het schooljaar, daarna over de moeilijkheden op het einde ervan, en ten slotte bij het formuleren van aanbevelingen om het beter te doen.

Met deze plannen vertrokken René, Vicky en ik de dag nadien op een lange tocht van 3 weken en ongeveer 700 km door het binnenland van de provincie Bandundu. Ons programma was heel strikt: voor elke school hadden we twee of drie dagen werktijd voorzien, met telkens een reisdag ertussen.

Hoewel ik al meerdere keren en voor langere periodes aan onderwijsprojecten heb deelgenomen, werd ik tijdens de reflectiesessies overrompeld door de hoeveelheid en ook de aard van de problemen: nl. ouders die geen schoolgeld kunnen betalen; leerlingen die zonder voedselpakket voor een paar weken naar het internaat gestuurd worden en op die manier in de prostitutie dreigen terecht te komen; directies die klem zitten tussen een falende maar steeds meer eisende overheid enerzijds, en ouders, leerkrachten en leerlingen anderzijds; leerkrachten waarvan de opdracht niet gewaardeerd wordt en die men slecht of helemaal niet betaalt.

Ondanks al die problemen heerste er tijdens de reflectiesessies in alle scholen een constructieve sfeer. Het idee om zelfevaluatie voorrang te geven bleek een goede zet. Het zorgde voor een hoge luisterbereidheid en openheid bij het geven van wederzijdse kritiek. Op het einde van de sessies werden aanbevelingen voor de toekomst geformuleerd. In de meeste scholen kwamen die neer op een intenser en regelmatiger contact tussen de vier partners en op een dynamische start van het nieuwe schooljaar. In een korte evaluatie spraken alle partners hun tevredenheid uit over het proces en de resultaten. Het is nu aan de scholen om concrete initiatieven te nemen. Die willen we vanuit België ondersteunen.

Naast de nood aan een betere verstandhouding tussen de partners in de scholen zijn er overal ook dringende materiële behoeften: op het gebied van gebouwen, schoolmeubilair, didactisch materiaal, voorzieningen voor leerkrachten en leerlingen. Ook daarvoor moet onze samenwerking aandacht hebben. Omdat we op zoek zijn naar een kwaliteit in de hele schoolwerking proberen we de zaken ‘holistisch’ aan te pakken: onderwijsvisie, materiaal, samenwerking, lokale context, … het hangt allemaal aan elkaar. Daarom willen we steeds vormingen, materiële hulp, overleg, … met elkaar verbonden zien.
We kunnen spreken van een geslaagde missie. De doelen van het “Atelier de réflexion” zijn zeker gerealiseerd. We zijn benieuwd naar de concrete voorstellen van de scholen.

Wat de vier doelen vanuit BoA-B betreft, kunnen we stellen dat deze missie heel veel nieuwe kennis en inzichten heeft opgeleverd. We hebben kunnen samenwerken met zeer competente Congolese collega’s. We hebben kunnen vaststellen wat het effect is van de inspanningen die Blik op Afrika in de scholen geleverd heeft. We mogen tevreden zijn maar moeten ook concluderen dat er nog veel werk aan de winkel is. We doen dus verder met nieuwe moed en nieuwe inzichten. DB

Bekijk hier videoopnames gemaakt door Dirk Bogaert tijdens zijn missie  :
Vorming La Patience
Vorming Kibangu
Vorming Kingandu
Vorming Kimbongo
Vorming Totshi
Bouwwerken Kibangu