Exploratiemissie Burundi – een Synthese

Eric Depreeuw

Ik heb de kans gekregen om gedurende twee weken kennis te maken met Burundi. Zuster Anastasie, die zelf als ambassadeur in België verblijft, was ginder mijn bekwame en toegewijde gids. Zij heeft een schitterende planning opgesteld  waarbij ik niet alleen de realiseringen van de zusters annuntiaten in Ijenda kon bezoeken. Enkele keren reisden we naar het binnenland en ontdekten weer nieuwe aspecten, onder meer het Monument National. We maakten een  rapport met feiten en bevindingen van onze verkenningstocht (om te lezen, klik door). Ik beperk mij hier tot enkele aspecten en tot de belangrijkste noden zoals ze verwoord werden door mijn gesprekspartners in Ijenda.

Ik verbleef enkele dagen in de hoofdstad Bujumbura, gelegen aan het Tanganika-meer. Als er niet te veel mist is, zie je aan de overkant Congo. Deze enkele dagen werd ik hartelijk ontvangen in twee grote instellingen voor gehandicapte kinderen en jongeren (Akamuri en Saint Izere). Ik werd aangenaam verrast door de moderne maar warme aanpak van deze kwetsbare personen. In een cultuur waar kinderen met een mentale en / of fysieke beperking doorgaans worden ‘verborgen’ uit schaamte, nodigen beide instellingen op een dynamische manier uit om naar buiten te komen. Behandeling, verzorging, voorbereiding op re-integratie in de samenleving staan centraal.

Daarna reisden we door naar Ijenda, het hart van de werking van de zusters. Slechts 40 km is Ijenda verwijderd van de hoofdstad maar wat een verandering! Op die 40 km klommen we van 700 m boven de zeespiegel naar 2200 meter. Dat heeft tot gevolg dat Ijenda een aangenaam gematigd klimaat kent, een beetje zoals een zalige herfstdag bij ons. Hier bevinden zich de actieterreinen: de lagere school, geleid door een leek, mr. Gilbert, het lyceum geleid door zuster Dévote, het hospitaal en het Centre de Santé, onder de hoede van zuster Adèle en het klooster, met de district-overste zuster Christine. Dit alles netjes aan beide zijden van een stoffige weg, maar vlak bij elkaar. Een enorm voordeel voor de werking, grote afstanden dient men niet af te leggen, besparing van tijd en kosten. De omgeving is agrarisch en geeft al een eerste idee van de armoede die Burundi in de statistieken zo kenmerkt.

Een algemene vraag van alle betrokkenen heeft betrekking op de watervoorziening. Het publieke net geeft slechts water van ongeveer 20.30u tot ergens in de vroege ochtend. Overdag is er op de meeste plaatsen geen druppel te bekennen. Sommige gebouwen hebben al citernes en vangen het regenwater op, er ontbreken er nog vele. De regen is ook niet zo overvloedig en volgens sommige bronnen zou de regenneerslag over de laatste tien jaren zelfs gedaald zijn. Twee mogelijkheden worden onderzocht en indien waardevol, zullen we alles in het werk stellen om van daaruit de watervoorziening voor beide scholen, het hospitaal en de woonplaats van de zusters betrouwbaar te realiseren. Op twee km van onze site bevindt zich een bron met vermoedelijk een ondergronds reservoir. Deze bron zou, indien voldoende gegarandeerd debiet, kunnen worden gecapteerd en naar onze site geleid. De tweede voorziening is opvang van het regenwater. Daarvoor zijn dakgoten en citernes nodig en uiteraard voldoende neerslag.

De gebouwen van beide scholen zijn voor mij nogal imposant: vrij groot en in redelijke staat (gebouwd rond 1962). De behoeften van de lagere school Virgo Sapiens verschillen van deze van het lyceum. De school is overbevolkt en de samenstelling is gemiddeld genomen veel armer dan deze van het lyceum. Dat heeft minstens gedeeltelijk te maken met het schoolgeld: vrij laag in het lager, markant hoger in het lyceum waar de meeste leerlingen op internaat zitten. De lagere school heeft geen aansluiting op het internet en heeft evenmin computers. Er is een tekort aan studie- en spelmateriaal. Van het lyceum hebben we nog geen duidelijk overzicht van de behoeften. Op het eerste gezicht zullen ze genieten van de installaties ‘media-educatie’ maar aangezien ze geen demonstratie hebben gehad, zijn de vragen ook niet geconcretiseerd. De labo’s fysica, chemie en biologie zijn qua ruimte comfortabel en zeer goed onderhouden maar het didactisch materiaal is beperkt en vooral verouderd. De school beschikt, dank zij een Italiaanse NGO, over een kleine maar degelijke computerklas. In welke mate de leerlingen daarin gevormd worden is mij nog niet duidelijk. Aangezien de meeste leerlingen op het internaat zitten en daar ook het ganse trimester blijven, kan heel wat bijgedragen worden aan de artistieke en creatieve ontwikkeling (toneel, bibliotheek, filmeducatie, muziek….). Onze internaatwerking voelt zich aangesproken.

Het hospitaal biedt een ander verhaal. Het werd gedurende jaren onder de vleugels genomen van Artsen zonder Vakantie. De Burundese arts Kash Karubara bevestigde ons tijdens ons bezoek dat AzV beslist heeft de ondersteuning stop te zetten omdat het ziekenhuis van Ijenda al hun kwaliteitstandaarden heeft gehaald… Dus een ziekenhuis onder de kundige coördinatie van zuster Adèle is technisch goed uitgerust, biedt goede zorg met degelijk opgeleid personeel, de organisatie zit voortreffelijk in elkaar en de hygiëne is volgens de normen. De computer lijkt er gemeengoed. Bij een bezoek aan het ziekenhuis kan ik met mijn niet deskundige kijk deze conclusie alleen maar bevestigen. Heeft het personeel dan geen vragen naar ondersteuning? Jawel, men heeft dringend nood aan een stabilisator voor de elektrische stroom omdat de stroomsterkte van het officiële net zodanig fluctueert dat er risico op schade is aan de (dure) apparaten. Het ziekenhuis heeft meerdere citernes voor opvang van regenwater maar deelt in de vraag naar een betere voorziening, onder meer door captatie van de bron. Men vraagt verder affiliatie met een ziekenhuis in België en …. beroepskleding met het logo van BOA!

Ten slotte (financiële) zelfredzaamheid (autosuffisance). Elke entiteit ter plaatse heeft zowat enkele varkens, enkele kalveren, wat kippen, een moestuin. Het klooster heeft meer uitgebreide tuinen in de vallei (les marais). Hier bestaat de vraag naar investeringen in de stallen, ondersteuning van een kweekprogramma voor varkens en koeien. Deze vragen worden door onze werkgroep bestudeerd, onder meer met een kritische kijk op het zakelijke plan: hoeveel uitgaven en inkomsten voorziet men op termijn (autosuffisance!).

Tot slot mijn algemene indruk. Als BOA erin slaagt een goede werkrelatie te ontwikkelen met de diverse entiteiten (lager en middelbaar onderwijs, hospitaal en de zusters zelf) zie ik ook in Burundi een toekomstproject mogelijk, niet alleen voor de rechtstreeks betrokkenen maar voor de regio als geheel. Het zal echter geen ‘copy – paste’ mogen zijn van onze aanpak in Congo. Zelfs in Centraal Afrika zijn de verschillen tussen landen en hun culturen minstens zo groot als deze tussen Noord en Zuid Europa of West en Oost Europa zo u wil. Alleen koken kost geld en meer genodigden aan tafel vergen meer middelen in de keuken.